Meten is Weten

Home/Nieuws/Meten is Weten

Meten is Weten

gewichtconsulent
Waar een paar jaar geleden de afslankprogramma’s nog bijna dagelijks van de buis spatten, de bladen het ene dieet na het andere publiceerden en de praktijken van diëtisten, gewichtscoaches en -consulenten en fitnessprogramma’s nog goed gevuld waren, lijkt dat totaal te zijn veranderd.
De economische crisis is daar zeker debet aan; bij inkomstenverlies door ontslag, huurachterstand of hypotheken, die onder water staan, zijn die pak-‘m-beet 10 kilo overgewicht wel de minst erge van je problemen.
Toch is het niet verstandig om maar niet meer op de weegschaal te gaan staan en alles wat we weten overgewicht, eten en diëten te vergeten. Statistisch gezien worden we in Nederland namelijk steeds dikker. Langzaam maar zeker nemen overgewicht en obesitas toe, met alle negatieve gevolgen voor de gezondheid van dien. En niet alleen voor volwassenen, maar ook steeds meer kinderen lijden aan overgewicht. Zijn wij een verkeerd rolmodel voor de komende generatie? Geven wij onze kinderen te weinig inzicht in overgewicht en te weinig ondersteuning bij het bestrijden ervan? Alleen al voor onze kinderen zouden wij meer moeite moeten doen om dat immer stijgende overgewicht bij onszelf een halt toe te roepen. Immers, zoals het gezegde luidt: “Een goed voorbeeld doet goed volgen”.
Overgewicht en obesitas
dikke - dik persoon
Hoe zit het ook al weer precies in elkaar? Het onderscheid tussen overgewicht en obesitas is in vele medische en wetenschappelijke onderzoeken nader bestudeerd. Nadat eerst werd gekeken naar de verhouding van het gewicht en de lichaamslengte (zie verder hieronder bij BMI) werden vele proefpersonen in talloze onderzoeken over lichaamsgewicht gemeten met speciale Röntgenapparatuur, onderwatermetingen en/of weerstandsmetingen. Hierdoor kan in een ziekenhuis of laboratorium dan precies worden vastgesteld hoeveel procent lichaamsvet iemand heeft. Bij het meten van overgewicht wordt het gewicht van de botten, het vet en het spierweefsel in de vergelijking meegeteld. Bij mensen met een dermate hoog lichaamsgewicht, dat er sprake zou zijn van obesitas, wordt daarna nog eens alleen gekeken naar de hoeveelheid vet, zonder de rest in ogenschouw te nemen.
Over het verschil tussen overgewicht en obesitas wordt in wetenschappelijke kringen dan ook de volgende vuistregel aangehouden: mensen met overgewicht hebben teveel lichaamsgewicht, mensen met obesitas hebben teveel lichaamsvet.
Zelf meten van lichaamsvet
weegschaal help
Nu is het natuurlijk niet mogelijk om zelf het vetpercentage op zo’n precieze, wetenschappelijke wijze te meten. Alleen via weegschalen met een vetmeetfunctie, die gebruik maken van bio-impedantie-analyse (BIA), kun je een idee van je vetpercentage krijgen. Bij deze manier van wegen, waarbij je op de weegschaal staat en tegelijkertijd een ermee verbonden handvat vasthoudt, wordt er via de voeten een zwakke stroom door het lichaam gestuurd. Omdat vet een veel slechtere geleider van stroom is dan ander weefsel, wordt de vastgestelde weerstand door de weegschaal vertaald in een vetpercentage.
Deze methode, hoewel ingenieus, is echter niet geheel betrouwbaar. De hoeveelheid vocht in je lichaam is namelijk ook van invloed, evenals een eventuele training of andere beweging kort voor het wegen. Daarnaast zijn er geen goede metingen te verrichten als je koorts hebt, bij ouderen of bij zwangere vrouwen. Bij sommige mensen werkt het zelfs helemaal niet.
BMI of middelomtrek
In het algemeen wordt daarom al jaren de zogenaamde Body Mass Index (BMI) als richtlijn aangehouden, de verhouding van lichaamsgewicht tot de lichaamslengte. De formule is als volgt: lichaamsgewicht gedeeld door (lichaamslengte)2. Bijvoorbeeld bij iemand van 1,75 meter, die 85 kilo weegt: 85 : (1,75 x 1,75) = 27,76. Volgens de regels van de BMI heeft deze persoon dan dus overgewicht.
BODY MASS INDEX
Uitkomst lager dan 18,5 Ondergewicht, verhoogde gezondheidsrisico’s
Uitkomst tussen 18,5 en 25 Normaal gewicht
Uitkomst tussen 25 en 30 Overgewicht, verhoogde gezondheidsrisico’s
Uitkomst tussen 30-35 Obesitas, ernstige gezondheidsrisico’s
Uitkomst hoger dan 35 Morbide obesitas, zeer ernstige gezondheidsrisico’s
Toch is de BMI ook slechts een richtlijn en bepaald niet zaligmakend; voor kinderen, pubers, kleine en/of tengere mensen, krachtsporters en ouderen is de gewone BMI-schaal bijvoorbeeld niet te gebruiken. Zij hebben een andere verhouding van lichaamsgewicht tot de lichaamslengte.

Verder zegt de BMI natuurlijk niets over spier- of vetweefsel. Het is alleen een indicatie van de lichaamsverdeling.
Een andere graadmeter, die al diverse jaren door artsen, diëtisten en gewichtsconsulenten of –coaches wordt gebruikt, is die van de middelomtrek. Met de middelomtrek wordt vooral het eventuele vet rondom de buik gemeten. Buikvet, dat zich om de vitale organen opstapelt, is ongezond en wordt daarom gezien als indicator voor het risico om chronische ziekten, zoals hart- en vaatziekten of diabetes, te krijgen.
MIDDELOMTREK
Normaal, gezond Let op:
blijf op gewicht! Gevaarlijk: verhoogd gezondheidsrisico
Mannen Tot 94 cm 94 – 102 cm Meer dan 102 cm
Vrouwen Tot 80 cm 80 – 88 cm Meer dan 88 cm
Hoewel de middelomtrek dus niet direct wat zegt over slankheid of overgewicht, geeft het wel een idee over eventuele gezondheidsrisico’s bij een teveel aan lichaamsvet – en je hebt er alleen maar een centimeter voor nodig om dit voor jezelf in de gaten te houden.
Dieet en beweging
Wanneer we eenmaal gemotiveerd aan een afslankpoging beginnen, zit daar meestal onlosmakelijk aan verbonden: een energiebeperkt dieet en een bewegingsprogramma. Zonder een dieet of op zijn minst een aangepast eetpatroon zullen we zeker niet afvallen: wat immers (aan loze calorieën) niet binnenkomt, hoeft er later ook niet af. Alleen al het vervangen van suiker, (verzadigd) vet, suiker- en/of (verzadigd) vethoudende producten en alcohol door verse producten zoals groente, fruit, vlees, vis, gevogelte, bepaalde zuivelproducten en water helpt dan al een heel stuk.
Beweging en de weegschaal
sporten sportschool
Bewegen is natuurlijk altijd goed voor onze gezondheid, maar of we er ook gelijk door afvallen? Eigenlijk niet.
Gaat het puur om de kilo’s op de weegschaal, dan kan fanatiek sporten zelfs voor een grote teleurstelling zorgen. Door meer te sporten en te bewegen zal er extra spierweefsel worden opgebouwd ten koste van de vetvoorraad, die we zo graag willen verminderen. Tot zover is dat dus prima. Maar spierweefsel weegt zwaarder dan vetweefsel; op de weegschaal kun je na een week intensief sporten of bewegen dus zwaarder zijn geworden dan je de week er voor was. Wel zal het lichaam er dunner en meer gestroomlijnd uitzien.
Van bewegen word je dus niet één-twee-drie slanker, maar wel strakker. Iets om rekening mee te houden en niet gelijk, door het teleurstellende weegschaalresultaat, er het bijltje bij neer te gooien.
Wordt er dus alléén een energiebeperkt dieet gevolgd, dan zal dit op den duur succesvol zijn bij het afvallen. Wordt er alléén een bewegingsprogramma gevolgd, dan val je daar niet door af, maar je lichamelijke conditie gaat wel met sprongen vooruit. De combinatie van de twee, dieet èn bewegen, geeft echter ook de voordelen van beide: gewichtsverlies, een strak lichaam en een betere lichamelijke conditie. Even volhouden en doorbijten dus.